Spaanse formele versus informele voornaamwoorden

De keuze tussen “tú” en “usted” hangt van veel factoren af: leeftijd, hiërarchie, vertrouwen... let op de formulieren usted en ustedes gebruik altijd de 3e persoon enkelvoud en meervoud respectievelijk. In dit bericht vindt u de verschillen in vervoegingen, afhankelijk van of u kiest tussen tú of usted.

TEGENWOORDIGE INDICATIEF

TÚUSTEDVOSOTROSUSTEDES
HABLAR (SPREKEN)hablasIk sprakaIk sprakaishablan
HOEK (ETEN)comescomecomeiscomen
SCHRIJVEN (SCHRIJVEN)EscribesEscribeEscribisEscriben
WAKKER WORDENTe werd wakkerasSe werd wakkeraOs wanhopigaisSe werd wakkeran
GUSTAR (LIKEN)Te gusta/nLe gusta/nOs gusta/nde gusta/n

BEZITTINGEN

TÚUSTEDVOSOTROSUSTEDES
Tu vaderSu vaderUw vaderSu vader
Tu madreSu madreUw madreSu madre
uw HermanosHun HermanosUw HermanosHun Hermanos
uw zustersHun zustersVuestras zustersHun zusters

Weet je wat het werkwoord "tutear" betekent? Tutear is iemand aanspreken met behulp van de tweede persoon (tú).

Lesgeven in het Spaans

Nu presenteren wij u enkele FACILITEITSFORMULES die u kunt gebruiken in gesprekken met uw Spaanse of buitenlandse vrienden.

  • Y de familie, wat is dat?
  • Y jouw/zijn vrouw, Hoe is het?
  • ¡Herinnert zich een jouw familie!
  • ¡Groeten aan Paula!
  • ¡Een knuffel voor jouw vader!

Ten slotte laten we je een van de meest voorkomende zien AANSPRAAKVORM in het Spaans, zodat je kunt leren hoe je iemand op de juiste manier aanspreekt, altijd afhankelijk van de context of situatie waarin je je bevindt. We hopen dat je ze nuttig vindt!

(el) señorNombre
 +Apellido
(la) señoraNombre y apellido

De bovenstaande tabel toont de flexibiliteit van de formele aanspreekvorm in het Spaans aan:

  • Dhr. (Dhr.) kan zowel met een voornaam als met een achternaam worden gebruikt
  • Mw. (Mevr./Mw.) wordt meestal gebruikt met de volledige naam (voornaam en achternaam samen)
  • De bepaalde lidwoorden (el) en (la) zijn optioneel en worden vaak weggelaten in directe adressering

Praktijkvoorbeelden
Hier volgen enkele praktische toepassingen van deze formele adrespatronen:

  • “¿Heeft u la señora Gómez gebruikt?” (Bent u mevrouw Gómez?)
  • “Senor Martínez, ontvang een ontvangst.” (Meneer Martínez, komt u alstublieft naar de receptie.)

Spaanse formele versus informele voornaamwoorden