Ik ben, jij bent, hij is...

Het werkwoord ser wordt in het Spaans voor verschillende belangrijke functies gebruikt:
a) Om te identificeren:
Este es mi hermano y esta es mi madre.
(Dit is mijn broer en dit is mijn moeder.)
b) Om de nationaliteit te vermelden:
Astrid es alemana.
(Astrid is Duits.)
c) Het beroep vermelden:
David es arquitecto.
(David is architect.)
d) Om te beschrijven:
Madrid es una ciudad muy bonita.
(Madrid is een hele mooie stad.)


Denk aan de vervoeging van het werkwoord “ser”:

Spaans.Engels
yo soyik ben
tú eresje bent
él/ella/usted eshij/zij/jij bent
nosotros/as somoswe
vosotros/as soisjullie zijn allemaal (Spanje)
ellos/as sonzij zijn

Het werkwoord Ser in het Spaans

ACTIVITEIT

Vul de zinnen aan met de juiste vorm van “ser”:

  1. Sevilla en Granada ___ ciudades andaluzas.
    (Sevilla en Granada zijn ___ Andalusische steden.)
  2. ¿___ heeft de dokter je geholpen?
    (Bent u de dokter?)
  3. Mijn man is ___ Frans.
    (Mijn man ___ Frans.)
  4. Jij ___ de broer van de burgemeester.
    (Ik ___ de oudste broer.)
  5. Enhorabuena, Susana en Laura, ¡___ muy buenas estudiantes!
    (Gefeliciteerd, Susana en Laura, jullie ___ hele goede studenten!)

Met deze oefening oefen je de juiste vormen van het woord “ser” en begrijp je de belangrijkste toepassingen ervan in het Spaans.